Dockyard AGF-certificaat

SUP-regelgeving uitgelegd (2019 – 2030)

Van richtlijn naar praktische toepassing

De regels voor eenmalige plastic bekers komen voort uit de Europese Single-Use Plastics (SUP) richtlijn uit 2019. Deze wetgeving heeft als doel zwerfafval te verminderen en het gebruik van wegwerpplastic sterk terug te dringen. EU-landen, waaronder Nederland, moeten daarom maatregelen nemen om het gebruik van plastic bekers en bakjes meetbaar te verminderen. Sinds 2023 gelden al regels voor consumptie onderweg en ter plaatse. Vanaf 2026 worden deze regels verduidelijkt, met meer ruimte voor systemen waarbij bekers worden ingezameld en gerecycled.

De ontwikkeling van de SUP-regelgeving

1. Hoe is het begonnen?

In 2019 stelde de Europese Unie de Single Use Plastics (SUP) Richtlijn vast. Doel van deze richtlijn is het verminderen van de milieu-impact van de meest voorkomende wegwerpproducten die plastic bevatten, zoals bekers, bakjes en rietjes. 

Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is de reductieverplichting: Lidstaten moeten zorgen voor een “ambitieuze en aanhoudende vermindering” van het aantal eenmalige plastic bekers en -bakjes.

Nederland vertaalde deze Europese verplichting naar nationale regelgeving via:

Het nationale doel: 40 procent minder gebruik van eenmalige plastic bekers en -bakjes in 2026 ten opzichte van 2022 

Dat was nodig, want het startpunt was fors: In 2021 werden dagelijks ongeveer 19 miljoen plastic wegwerpbekers en -bakjes weggegooid in Nederland. Op jaarbasis meer dan 7 miljard stuks.

2. De eerste fase: 2023–2024

De invoering gebeurde in twee stappen:

Sinds 1 juli 2023 – Consumptie voor onderweg

Ondernemers moesten:

  • Een herbruikbaar alternatief aanbieden
  • Een meerprijs rekenen voor wegwerp 

Sinds 1 januari 2024 – Consumptie ter plaatse

Bij consumptie ter plaatse werd het gebruik van plastic bekers verboden, met een beperkte uitzondering voor hoogwaardige recycling (uitsluitend PET-bekers) 

In de praktijk ontstonden knelpunten. Vooral op locaties waar zowel ter plaatse als onderweg werd geconsumeerd, zoals horeca, evenementen en dagattracties. Daarnaast bleek de verplichte meerprijs niet goed te functioneren.

3. De herijking: 2025–2026

In 2025 is de regelgeving rondom wegwerpbekers en -bakjes heroverwogen naar aanleiding van meerdere moties in de Tweede Kamer, waaronder de motie Buijsse. Deze motie riep op tot meer ruimte voor papieren bekers en bakjes met een plastic coating binnen de bestaande kaders.

Het kabinet heeft daarop gekozen voor een aangepaste beleidslijn die beter aansluit bij de praktijk, met behoud van de circulaire doelstellingen:

  • Hergebruik blijft de norm waar dit logisch en uitvoerbaar is
  • Er komt meer ruimte voor recycling in sectoren waar hergebruik minder praktisch is
  • Er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen verschillende gebruikscontexten
  • De verplichte meerprijs voor consumptie onderweg wordt afgeschaft

De kern van het nieuwe beleid:

  • Kantoren, bedrijven en onderwijsinstellingen
    → Hergebruik is de norm en blijft leidend
  • Gesloten evenementen, horeca (ter plaatse), dagattracties en sportverenigingen
    → Hergebruik is het uitgangspunt
    → Eenmalig gebruik is toegestaan mits voldaan wordt aan inzamel- en recyclingvoorwaarden
  • Consumptie voor onderweg
    → Eenmalige verpakkingen blijven toegestaan
    → Een herbruikbaar alternatief moet worden aangeboden

Daarnaast is de handhaving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aangepast. Via een aanwijzing is deze tijdelijk in lijn gebracht met het nieuwe beleid, met een overgangsperiode tot en met eind 2026 

4. Waar staan we nu?

De huidige situatie is een balans tussen ambitie en uitvoerbaarheid:

  • Nederland moet voldoen aan de Europese reductieverplichting
  • Ondernemers moeten werkbare regels hebben
  • Handhaving moet uitvoerbaar zijn voor de ILT

Voor evenementen en horeca betekent dit dat recycling is toegestaan, mits wordt voldaan aan strikte voorwaarden zoals gescheiden inzameling en het behalen van inzamelpercentages. Het systeem verschuift daarmee van puur verbieden naar regie, aantoonbaarheid en verantwoordelijkheid.

5. De toekomst: 2027 en verder

De ontwikkeling stopt niet in 2026.

2027

Het inzamelpercentage stijgt naar 90 procent. Dat verhoogt de druk op gescheiden inzameling en controleerbaarheid.

2030

Naast de SUP-richtlijn speelt ook de Europese Verpakkingenverordening (PPWR) een rol. Vanaf 1 januari 2030 geldt een verdere beperking op het gebruik van plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik bij consumptie ter plaatse. Dat betekent dat hergebruik op langere termijn waarschijnlijk verder wordt aangescherpt.